Hierogliefen


De ontwikkeling van het schrift is een van de grootste intellectuele prestaties van de Maya’s. De werkelijke oorsprong daarvan is echter niet bekend. Het bewijs dat de Olmeken een schrift hadden, beperkt zich tot drie hiërogliefachtige vormen op een grote zuil van basalt. Aan één kant staat een bebaarde man afgebeeld met daarnaast enkele figuren. Er valt echter niet met zekerheid te zeggen of het hier om een schrift gaat. De bewijzen voor een ontwikkeld schrift dateren uit 400 v. Chr. en zijn van Zapoteekse oorsprong. In Monte Albán staan de bekendste voorbeelden op enkele monumenten, die men kent als de danzantes (de dansers). Dit zijn afbeeldingen van gevangenen die worden vergezeld van hiërogliefen met vermoedelijk hun naam. Bij een aantal andere monumenten staan datums uit de kalenderronde, inclusief balken en stippen. De tekst wordt van boven naar onder gelezen en elke kolom moet helemaal uitgelezen worden, voordat verder wordt gegaan met de volgende kolom. Het lijkt er niet op dat hieruit het Maya-schrift is voortgekomen, maar misschien deelt het wel de zelfde oorsprong.  

Hoewel de oorsprong van het schrift niet bekend is, weten we wel dat het schrift voor het eerst door de Maya’s van het hoogland werd gebruikt tijdens de laat-Preklassieke periode. Na de derde eeuw raakte het hoogland echter in een isolement en werden er geen monumenten met inscripties meer opgericht. Het schrift had zich rond deze tijd echter al verspreid naar de laaglanden van Yucatán.

De taal die voor het schrift werd gebruikt was het Groot-Ch’ol, hoewel het Yukatek Maya ook invloed heeft gehad op het schrift. Tegenwoordig zijn er 31 verschillende Maya-dialecten, waarvan sommige zoveel van elkaar verschillen dat het totaal verschillende talen lijken. De verschillende dialecten hebben zich echter pas in een zeer laat stadium ontwikkeld. Tijdens de Klassieke periode waren er aanzienlijk minder dialecten. Hoewel het schrift door Maya’s met andere dialecten werd overgenomen, bleef Ch’ol de schrijverstaal. Het was de taal van de elite om zo, ondanks de verschillende dialecten, met elkaar te kunnen communiceren.

Er zijn zo’n 800 tekens gevonden die de Maya’s in hun schrift gebruikten. Het merendeel (zo’n 85%) kan nu gelezen worden, terwijl men van vele andere tekens de betekenis vermoedt. De lettergrepen bestaan altijd uit een Medeklinker-Klinker. Omdat in het Ch’ol 5 klinkers en 22 medeklinkers voorkomen, zouden er 110 verschillende lettergrepen moeten zijn. Het probleem is echter dat één lettergreep uitgebeeld kon worden door meerdere tekens; bovendien zijn er dan nog de vele logogrammen die een compleet woord uitbeelden. De vele variaties in het schrift zijn  vermoedelijk ontstaan om uiting te geven aan de creativiteit van de kunstenaar. Er waren verschillende rangen bij de schrijvers: degene die de belangrijkste boeken bijhield, werd ah k’u hun genoemd, wat ‘hij van de heilige boeken’ betekent. Een gewone schrijver noemde men ah ts’ib (hij van het schrijven). Een schrijver stond in hoog aanzien en was meestal afkomstig uit de elite of de koninklijke families. Er moeten scholen zijn geweest, waar de schrijvers werden onderwezen in het ingewikkelde schrift. De scholen moeten bovendien naast mannen ook toegankelijk zijn geweest voor vrouwen, aangezien in sommige teksten wordt verwezen naar een schrijfster.


Zie ook:

De Mayakalender door: Robert Tetteroo.