Tuniek


De Lacandones staan bekend om de lange witte katoenen tunieken (xikul) die ze dragen. De stof voor deze tunieken werden in het verleden door de vrouwen gesponnen. Tozzer merkte in 1903 echter al op dat sommige families hun stof inkochten bij de wat grotere plaatsen in de omgeving. De noordelijke Lacandones droegen tunieken die reiken tot aan de  knieën, terwijl de zuidelijke Lacandones tunieken droegen tot aan de enkels. De Lacandones identificeren zichzelf op basis van bepaalde culturele kenmerken. De noordelijke Lacandones beschouwen de zuidelijke Lacandones niet als originele Hach Winik en noemen ze Chukuch Nok, wat: ‘lange tunieken’ betekent. Tegenwoordig is dit verschil van de tuniek echter niet meer waarneembaar. In Lacanhá dragen zowel mannen (tono’) als vrouwen (ch’upo’) de xikul, vrouwen gebruiken hier vaak kleurige stoffen voor. In Nahá dragen nog veel mannen de traditionele witte xikul. Vroeger droegen zij ook een lendendoek (kaxnak) onder de tuniek. De vrouwen uit Nahá dragen een blouse (ok) met een rok (pik).