Lacandon Maya's


Twee Lacandon jongens nabij de ruines van Palenque.De Lacandones zijn het inheemse volk van La Selva Lacandona in Chiapas, Mexico. Reeds vele honderden jaren wonen en leven ze in het Lacandon woud.

De Lacandones noemen zichzelf de Hach Winik (‘Echte Mensen’), en spreken Hach T’an (‘Echte Taal’). Ze onderscheiden zichzelf van twee andere mensensoorten, namelijk de kah (ladino’s) en de tsul (buitenlanders oftewel de blanken). Beiden spreken volgens de Lacandones Putun T’an (‘Onverstaanbare Taal’).

De manier waarop ze zichzelf onderscheiden geeft aan dat ze zich enigszins superieur voelen ten opzichte van de andere indiaanse volkeren en blanken (etnocentrisme). Ze zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat twee druppels van hun bloed een blanke kunnen genezen.

De oorsprong van het woord ‘Lacandon’ is afkomstig van ah akantunoob, ah betekent ‘de’, akan staat voor ‘oprichten’ en tun voor ‘stenen afgodsbeeld’ (oob is meervoud) waardoor ah akantunoob dus ‘Zij die de afgodsbeelden oprichten’ betekent. Deze naam kregen ze van omwonende Maya’s die zich hadden bekeerd tot het Christendom. Spaanse kolonisten noemden hen vervolgens Acantunes en het woud waar zij in leefden El Acantun. Op een gegeven moment werd deze naam verbasterd tot El Lacantun, uiteindelijk stond het woud bekend als El Lacandon en zijn inwoners als Lacandones.

De mondelinge overleveringen van de Lacandones verschaffen ons geen aanwijzingen waar zij vandaan kwamen. De Lacandones hebben geen migratie mythe, voor zover zij weten leefden hun voorvaderen in een met regenwoud bedekte wereld.

Een belangrijke aanwijzing om de herkomst van de Lacandones te achterhalen is het duidelijk waarneembare verschil tussen de cultuur van de noordelijke en zuidelijke Lacandones. Een andere herkomst kan namelijk ten grondslag hebben gelegen aan deze verschillen.

De meest geaccepteerde theorie over de oorsprong van de Lacandones is dat zij nakomelingen zijn van Yukatek sprekende Maya’s die de Spaanse onderdrukking en ziekten wilden ontvluchten in het noordoosten van het Yucatán schiereiland. Dit standpunt is hoofdzakelijk gebaseerd op het standpunt dat de oorspronkelijke bewoners van het Lacandon woud tijdens de Spaanse veroveringen voornamelijk het Chol-Maya spraken. Een belangrijk tegenstandpunt is echter dat de term ‘Chol’ niet per definitie verwijst naar de taal. Mogelijkerwijs is het een woord die de Spanjaarden hebben overgenomen van de Maya’s van het Yucatán schiereiland en betekent: ‘met verdraaide tong’. Deze term verwees naar een ieder die een onbegrijpelijke taal sprak.

Sir J. Eric. S. Thompson meende dat de voorouders van de Lacandon Maya’s reeds vele eeuwen in de huidige streek hebben gewoond. Hij geloofde dat de voorouders van de Lacandones in de Usumacinta en Pasíon  streek woonden gedurende de Post-klassieke en mogelijk ook de Klassieke periode. Dit standpunt komt overeen met dat van de overleveringen van de Lacandones, waarbij geen lange migratie ter sprake komt. De Lacandones hebben altijd al veel waarde gehecht aan mobiliteit en verplaatsten regelmatig hun huishouden. Een geleidelijke verschuiving van enkele honderden kilometers zou voor de Lacandon Maya’s dus niet op een migratie hebben geleken.

De culturele verschillen tussen de noordelijke en zuidelijke Lacandones kunnen verklaard worden doordat één groep van oorsprong uit de omgeving van Chiapas afkomstig is, terwijl de oorsprong van de andere groep in het noorden van Yucatán ligt. Een andere mogelijkheid is dat één van deze twee groepen zich in het verleden heeft laten beïnvloeden door Chol Maya’s die de Spaanse overheersers probeerden te ontvluchten.

De Lacandones zijn er zelf echter van overtuigd dat zij de directe afstammelingen zijn van de Oude Maya’s die eens de steden Palenque, Bonampak en Yaxchilán bewoonden. Wellicht dat de waarheid ergens in het midden ligt. 

De Lacandones bewonen een gebied ten zuidoosten van Chiapas in Mexico wat bekend staat als La Selva Lacandona. De positie van dit gebied bevindt zich tussen 16° en 17° noorderbreedte en 90°30’ en 91°30’ oosterlengte. Het tropische klimaat is warm en vochtig met gemiddelde temperaturen van 22° Celsius en een gemiddelde regenval van 250 cm per jaar.

Lacandon kinderen in Bethel.De meest voorkomende bomen in het woud zijn de broodboom, de ceiba (kapokboom), mahonie en de sapodilla. Het gebied bevat zo’n 4.000 planten en 25% van de diersoorten die in Mexico voorkomen. De laatste helft van de twintigste eeuw zijn deze aantallen echter enorm afgenomen. Deskundigen schatten de daling van diversiteit tussen 40 en 70 procent.

Zoals zojuist beschreven werd, leven de circa 700 Lacandones voornamelijk in drie nederzettingen, te weten: Nahá en Mensäbäk in het noorden en Lacanhá Chansayab in het zuiden.

De Lacandones werden door antropologen, op basis van culturele, geografische en taalkundige verschillen, verdeeld in drie groepen, de Cedro-Lacanhá, Jatate en noordelijke Lacandones. De omvang van de Jatate Lacandones was echter zodanig afgenomen dat deze niet meer in staat was om zichzelf in stand te houden, de enkele overgebleven Jatate Lacandones  hebben zich uiteindelijk in de jaren zestig van de twintigste eeuw bij de Cedro-Lacanhá Lacandones gevoegd. Er bestaat vrijwel geen verschil meer tussen deze twee subgroepen, zelf onderscheiden ze zich echter op basis van kleine verschillen in het dialect. Vandaag spreekt men nog over de noordelijke en zuidelijke Lacandones.

Ook de Lacandones zelf identificeren zichzelf op basis van bepaalde culturele kenmerken. De noordelijke Lacandones beschouwen de zuidelijke Lacandones niet als originele Hach Winik en noemen ze Chukuch Nok, wat: ‘lange tunieken’ betekent. De zuidelijke Lacandones dragen namelijk hun tunieken tot aan de enkels terwijl die van de noordelijke slechts tot aan de knieën rijken.

De zuidelijke Lacandones noemen de noordelijke Lacandones Naach-i Winik (‘ver weg mensen’) of Huntul Winik (‘andere mensen’). Het verschil baseren ze met name op kleding, haardracht, dialect en tradities.

Omdat veel noordelijke Lacandones (Nahá en Mensäbäk) naar de zuidelijke nederzettingen verhuizen (Lacanhá of het nabijgelegen Bethel), wordt dit verschil steeds minder herkenbaar. Vruchtbaarder land en bekering tot het Christendom zijn de mogelijke oorzaken van deze migratie naar het zuiden.