Godenkommen


Godenkommen (oftewel lakil k’uh in het Lacandon Maya) worden beschouwd als replica's van de goden aan wie ze gewijd zijn. De Lacandones geloven dat de godenkommen daadwerkelijk leven nadat ze ingewijd zijn. 
Gedurende de inwijding van de godenkom (wat tot een maand kan duren) worden de nieuwe kommen tot leven gewekt en de oude ritueel gedood. Om een godenkom tot leven te wekken wordt een steen van het huis van de betreffende god in de kom geplaatst evenals vijf cacaobonen. Deze symboliseren het hart (pishan), de longen (sat’ot), lever (tamen), maag (tsukir) en het middenrif (bat).
Het meest karakteristieke kenmerk van een godenkom is het hoofd dat bestaat uit de oren (shikin), oorpluggen (woris u shikin), haar (tsots’eho’), kaak (kämäch), wenkbrauwen (maktun), de ruimte tussen de wenkbrauwen (chi’u pam), de ogen (wich), wangen (puk) en de mond (chi’). De voorkant van een godenkom wordt de borst genoemd (sem) en de onderkant zijn voeten (yok). De uitstekende onderlip wordt gebruikt om voedseloffers op te leggen.

Godenkommen die mannelijke goden representeren worden wit geverfd met verticale rode en zwarte lijnen, terwijl godenkommen die godinnen representeren zowel verticale als horizontale rode en zwarte lijnen hebben. Beide godenkommen worden op hun voorhoofd, kin, borst en voeten versierd met zwarte en rode stippen. De schildering van het hoofd maakt duidelijk aan welke god de kom gewijd is. De rode verf wordt gemaakt van de annatto boom, wit van de as van schelpen en zwart van het roet dat aan de binnenkant van de daken zit door het vuur dat wordt gestookt.

Godenkommen worden gebruikt voor balché rituelen. Balché is een alcoholische drank van honing, suiker en de bast van de balché boom. De Lacandones geloven dat de balché het lichaam reinigt en diverse soorten ziekten kan genezen. Dronkenschap wordt beschouwd als ongepast gedrag, maar omdat de goden graag dronken worden van balché, is het de mannen die participeren in een balché ritueel ook toegestaan om dronken te worden.