Ah K’ak’


Ook wel bekend als alleen K’ak. Zijn naam betekent ‘Vuur’. In Pre-Columbiaanse tijden was hij de god van de oorlog. Met de komst van de vechtlustige Spanjaarden werden ook veel nieuwe ziekten geïntroduceerd, vandaar dat hij tegenwoordig de god van de ziekten is, met name de pokken en de mazelen (wat k’ak’ in het Lacandon wordt genoemd). De rode huid en de hoge koorts die zich tijdens de ziekten openbaren worden geassocieerd met vuur. In tijden van ziekten wordt hij veel aanbeden. Ah K’ak’ leeft op een meer dat in verbinding staat met een kanaal. Hij is de buurman van Mensäbäk. Ah K’ak’ is ook de god van de jacht, de moed en de beschermheer van het maken van pijlen.