Honduras


Vlag van HondurasVoor de komst van de spanjaarden werd Honduras bewoond door indiaanse volkeren, waaronder de Maya (Chortí Maya's), Lenca, Miskito, Pech, Payas en Hicaques.

Tijdens zijn vierde en laatste reis kwam Columbus in 1502 aan op het eiland Trujillo. Hij vond de wateren diep en sprak daardoor over de 'Golfo de Honduras' (Golf van de Diepten). Honduras werd later de naam voor het gehele land.

Haven van RoatánDe Spanjaarden kwamen in het bezit van het vaste land, maar de Baai eilanden en de kuststreken werden bewoond door Engelsen die van daar uit de Spaanse vloten aanvielen. Tot aan het eind van de negentiende eeuw bleven deze eilanden Engels grondgebied.

De Spanjaarden bouwden daarom forten in Omoa en Trujillo zodat ze aanvallen van piraten van zich af konden slaan. De zilver- en goudmijnen raakten snel uitgeput, aan het eind van de achttiende eeuw werden de mijnen bij Tegucigalpa en Choluteca gesloten. De Spanjaarden zagen zich ook hier genoodzaakt het encomienda systeem te hanteren.

Het land werd verdeeld in encomiendas of concessies, waarop de indianen moesten werken. De Spaanse eigenaar van een encomienda werd geacht voor het welzijn van de indianen te zorgen die zijn land bewerkten, en om er voor te zorgen dat zij goede Christenen zouden zijn. De indianen moesten in ruil voor het gebruik van het land een vastgestelde belasting betalen en arbeid leveren op de haciënda's (landerijen). In veel gevallen betekende dit dat de indianen werden uitgebuit. Dit was het beste wat de Spanjaarden nog van het land konden verwachten.

Oorlogen, armoede en epidemieën zorgden ervoor dat de indiaanse bevolking daalde van 500.000 ten tijde van de verovering tot 36.000 in 1547. Het aantal Spanjaarden dat in die periode het gebied van Honduras bewoonde wordt geschat op circa 250.

Vanaf 1540 werd heel Midden-Amerika (met uitzondering van Panama) geregeerd door de 'Audiencia' in Guatemala. Honduras had daaronder twee bestuurlijke centra: Trujillo in het noorden en Comayagua in de bergen. nadat er zilver werd gevonden in de bergen bij Tegucigalpa kwam de bestuurlijke functie van Trujillo te vervallen.

Honduras werd in 1821 onafhankelijk van Spanje en in 1823 sloot het land zich aan bij de Verenigde Staten van Centraal Amerika (deze werd gevormd door Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica). De Hondureese regering zetelde afwisselend in Tegucigalpa en Comayua om verdeeldheid tussen de twee oude bestuurscentra te voorkomen. Er ontstond echter al snel verdeeldheid in de nieuwe Verenigde Staten, doordat de conservatieven een centrale regering verlangden en een belangrijke kerkelijke invloed wensten terwijl de liberalen een grote zelfstandigheid wilden voor de deelstaten. Deze verdeeldheid was aanleiding voor de Centraal-Amerikaanse burgeroorlog van 1826 tot 1829. 

Francisco Morazán veroverde in 1829 Guatemala en benoemde zich tot nieuwe president van de Verenigde Staten. Er was echter veel verdeeldheid waardoor de Verenigde Staten van Centraal Amerika in 1838 definitief uiteen viel. Op 26 oktober 1838 werd Honduras een onafhankelijke staat. In 1840 werd Francisco Ferrera tot eerste president gekozen. De grote verdeeldheid in Honduras werd door Guatemala echter gebruikt om invloed uit te oefenen op het land. In de negentiende eeuw was de invloed zo groot dat een president niet zonder de toestemming van Guatemala aan kon blijven.

Net zoals Guatemala groeide Honduras uit tot een echter bananenrepubliek. De United Fruit Company en de Standard Fruit Company kregen een grote invloed op de Hondurese politiek en kregen de gelegenheid om spoorlijnen aan te leggen waardoor de bananenplantages goed bereikbaar werden. Doordat het merendeel van het land eigendom was van Amerikaanse ondernemingen ontstond er geen bovenklasse van grootgrondbezitters.

Met de opkomst van Fidel Castro, vreesden de landen van Centraal Amerika een te sterke invloed vanuit Cuba. Uit angst hiervoor pleegde het leger begin jaren zestig een militaire coup op de regering van Morales. Oswaldo López Arellano werd de nieuwe president waarmee een nieuw periode van dictatuur begon. De boeren (die van de regering van Morelos het recht van vakbondsvorming hadden gekregen) werden onderdrukt ten gunste van de Amerikaanse ondernemingen. Uit protest hiertegen vonden er landbezettingen plaats. De Hondurese regering zag de Salvadoranen als aanstichters hiervan. De Salvadoranen waren gevlucht voor de regering van El Salvador en hadden rond 1969 circa 200.000 hectare grond in bezit in Honduras. De regering gaf de Salvadoranen op 30 april 1969 een ultimatum: Binnen 30 dagen moesten zij het land verlaten.

In 1970 zou echter weer het wereldkampioenschap voetballen van start gaan. In juni werden er daartoe selectiewedstrijden gehouden tussen Honduras en El Salvador. De eerste wedstrijd op 6 juni werd gewonnen door Honduras met 0-1, maar de tweede op 15 juni werd met 3-0 gewonnen door El Salvador. Dit had tot Huisje van de Garifunas gevolg dat er meer agressie ontstond jegens de Salvadoranen in Honduras. Uiteindelijk trokken de Salvadoraanse troepen Honduras binnen om hun landgenoten te beschermen (die in eerste instantie vanwege de regering in El Salvador gevlucht waren). Deze oorlog zou bekend komen te staan als de voetbaloorlog en werd pas na zes dagen gestaakt. Er waren toen al circa 2000 doden gevallen. Het is nooit officieel bevestigd dat een voetbalwedstrijd de oorzaak was van deze oorlog. Pas in 1980 werden de betrekkingen tussen Honduras en El Salvador weer hersteld.

De dictatoriale regering kwam in 1981 ten val en in 1982 werd er weer een democratische regering geïnstalleerd, met Córdova als president. Córdova en de Amerikaanse president Ronald Reagan kwamen overeen dat er Amerikaanse militaire troepen gestationeerd werden in Honduras om zodoende het communisme in Nicaragua en El Salvador te controleren. Het Amerikaanse leger gaf vluchtelingen uit Nicaragua en El Salvador een militaire opleiding in de vluchtelingenkampen. Het gevolg hiervan was dat gewapende conflicten in Nicaragua en El Salvador ook binnen de landsgrenzen van Honduras werden uitgevochten. Na vele demonstraties werd de overeenkomst in 1988 niet meer verlengd.


Honduras is verdeeld in 18 departementen:

Kaart van Honduras

(bron kaart: www.lib.utexas.edu)

1. Atlántida 10. Intibucá
2. Choluteca 11. Islas de la Bahía
3. Colón 12. La Paz
4. Comayagua 13. Lempira
5. Copán 14. Ocotepeque
6. Cortés 15. Olancho
7. El Paraíso 16. Santa Bárbara
8. Francisco Morazán 17. Valle
9. Gracias a Dios 18. Yoro

Overzicht van Honduras:

Officiële Naam : Honduras

Hoofdstad : Tegucigalpa

Inwoners : 6.249.598

Dichtheid : 55/km²

Regeringsvorm : Republiek

Officiële taal : Spaans

Godsdienst : Rooms katholiek (97%)

Oppervlak : 112.090 km² (0,2% water)

Munteenheid : Lempira (HDL) 

Nationale feestdag : 15 september (onafhankelijkheidsdag)

Volkslied : Tu bandera es un lampo de cielo

Nationale Bloem : Orchidee

Voornaamste export producten : Textiel, bananen, diverse houtsoorten, chemicaliën.